Hoe verloopt het nieuwe examen?

Je hebt vast een pak vragen

Uiteraard heb je al examens afgelegd (al te veel naar je zin misschien), maar dit examen verloopt toch nog een tikkeltje anders. Hoe zit het nieuwe toelatingsexamen in elkaar? Waar moet je zijn? Om hoe laat? Wat moet je meebrengen? Wat mag tijdens het examen en wat niet? Hoe werkt de giscorrectie? Geen paniek! Hieronder wordt een antwoord geformuleerd op al je vragen en veel meer.

Heb ik meer of minder kans om te slagen met deze nieuwe formule van het toelatingsexamen?

Aan de ene kant heb je de duidelijke aankondiging dat de moeilijkheidsgraad van het examen lager zal liggen. De inhoud van het examen zal nog steeds in dezelfde lijn liggen als vorige jaren. Aan de andere kant zullen er vanaf volgend academiejaar 1102 studenten per academiejaar mogen starten voor de opleiding Geneeskunde en 135 voor de opleiding Tandheelkunde. Dit aantal is ongeveer hetzelfde als het aantal studenten dat door de jaren heen geslaagd werd verklaard voor het examen. De voorbije jaren werden er namelijk tussen 974 (2011) en 1365 (2017) deelnemers geslaagd verklaard voor arts en tandarts samen. Je hebt dus zeker niet minder kans om te slagen met deze nieuwe formule van het toelatingsexamen.  

Er is nu maar 1 kans per jaar om te slagen voor het toelatingsexamen. Hoe erg is dat?

Vroeger waren er inderdaad twee examenmomenten, maar die stonden eigenlijk volledig los van elkaar. Je moest elke keer 'opnieuw' beginnen op het examen zelf, je kon niet vrijgesteld worden voor een deel waar je al een goede score in haalde. Dus deed je elke keer even hard je best. Bij de vernieuwde formule met maar één examenkans moet je evengoed hard je best doen. Je kan er zelfs een positieve kant aan zien: vroeger liep je het risico een hele zomer te stressen en je zomer te “vergallen” door zo hard te studeren; vanaf dit jaar weet je dat je er vanaf bent na dat ene examen.

Wat als ik het niet haal tijdens die ene kans?

Het niet halen zal inderdaad heel wat teleurstelling met zich meebrengen. Maar of er nu één of twee examenmomenten zijn, die teleurstelling hoort er jammer genoeg altijd bij. Probeer het zeker ook positief te bekijken: nu het examen enkel in juli georganiseerd wordt, kan je ook genieten van je welverdiende vakantie tussen het secundair en het hoger onderwijs. Bovendien is er daardoor ook meer tijd om uit te zoeken welke richting je nu uit wil gaan. Misschien wordt het een aansluitende opleiding, maar dat hoeft zeker niet zo te zijn. Niets houdt je tegen om vanuit de opleiding Rechten opnieuw mee te doen met het toelatingsexamen. Het is vooral belangrijk om stil te staan bij wat jou interesseert en motiveert en van daaruit een nieuwe keuze te maken.

Maar wat als ik die eerste kans (in juli) nu gewoon nog wou gebruiken om te wennen aan de examenvorm zelf?

De examenvorm zelf, de vraagstelling, de omgeving met heel wat andere deelnemers, is inderdaad iets waar je moet aan wennen, in groeien, maar dit hoef je niet per se op het examen zelf te doen.

Er zijn online meer dan genoeg voorbeeldvragen te vinden, zowel op de website van het toelatingsexamen zelf (de officiële vragen) als op andere websites. Creëer met behulp van deze vragen een examenomgeving voor jezelf. Zoek eventueel iemand die ook wil meedoen. Met twee oefenen is altijd leuker dan alleen. Zoek een omgeving die niet zo vertrouwd is, waar het stil is, en waar je even mag blijven zitten. De leeszaal van een bibliotheek is bijvoorbeeld ideaal. Stel de timer op je smartphone in en starten maar. Zo krijg je echt een beeld van wat de tijdsdruk op het examen inhoudt. Om het extra spannend te maken kan je je timing zo instellen dat je net moet eindigen bij sluitingstijd. Zo moet je wel afronden, net als op het examen. Als je merkt dat dit oefenmoment heel stresserend is, kijk dan zeker even naar onze tips over omgaan met stress.

Veel voorbereidende cursussen, zoals die van de VUB, bouwen ook een examenmoment in. Daarnaast is dit nieuwe gegeven ook hét argument om al in het 5de middelbaar deel te nemen. Dan kun je echt even “oefenen”.

Moet ik bij deze nieuwe formule dan gewoon vroeger beginnen met voorbereiden?

Het is niet omdat het examen nu maar een keer doorgaat, dat je daarom vroeger moet beginnen. Net als bij de editie met twee examens per jaar, start je best tijdens het laatste jaar van het middelbaar met studeren. Het examen wordt ook niet moeilijker, dus er is geen reden om vroeger te beginnen met studeren. Je moet gewoon goed weten wat je moet doen om je voor te bereiden.

Er mogen in de nieuwe formule een vast aantal studenten starten. Welk effect heeft dat?

Wil dit dan zeggen dat ik bijvoorbeeld in 2018 uit de boot kan vallen met dezelfde score waarmee ik in 2019 toch geslaagd zou/zal zijn? Dit kan inderdaad het geval zijn. Probeer je hierop echter niet te focussen. De grens ligt altijd ergens en daar kunnen we niet aan voorbij. Leg je focus op het leren uit je fouten en het proberen verbeteren van je inzichten.  

Klopt het dat wiskunde zou wegvallen en het gedeelte stilleestekstproef ook?

Dat gerucht lijkt een beetje wishfull thinking. Aangezien de inhoud van het examen nog steeds in dezelfde lijn zal liggen, lijkt het sterk dat wiskunde zou verdwijnen. Het definitieve leerstofoverzicht zal ten laatste in januari 2018 beschikbaar zijn op de website toelatingsexamenartstandarts.be. Zowel kennis en inzicht in de wetenschappen zal aan bod blijven komen, net zoals meer generieke competenties, zoals communicatieve vaardigheden.

Gaan er specifieke voorbereidingscursussen beschikbaar worden gemaakt, aangepast aan deze nieuwe formule?

Van zodra er iets aan de inhoud van het examen zelf verandert, zullen de voorbereidingscursussen dit ook oppikken en een aanpassing doen.

Zal het examen in dezelfde tijdsspanne moeten worden afgelegd?

De praktische regeling voor het examen van 2018 is nog niet bekend. Dit wordt zoals elk jaar in januari bekend gemaakt.

Waarom kan het examen niet 1 weekje later worden georganiseerd?

De Vlaamse overheid wil het verbeteren van het examen, het bekend maken van de resultaten én de mogelijke bezwaarprocedures allemaal afgerond hebben tegen 1 augustus. Op die manier hebben de niet-geslaagden tijd genoeg om zich voor te bereiden op het kiezen van een andere studie. 

Hoe blijf je rustig? Op het examen en bij de voorbereiding?

RUST IN JE HOOFD BEGINT BIJ DE VOORBEREIDING

Je werkt een behoorlijk lange tijd naar je toelatingsexamen toe. Dan is het maar normaal dat je het af en toe even niet meer ziet zitten en over je slaagkansen gaat twijfelen.

Als je enkel oog hebt voor dat ene, grote einddoel, slagen voor dat examen en dan ‘eindelijk’ Geneeskunde studeren, kan de moed je inderdaad in de schoenen zakken. Nog zoveel werk, nog zoveel oefeningen. En nog zoveel – of net zo weinig – tijd?

Belangrijk is dat je jezelf, op weg naar dat einddoel, concrete en haalbare tussendoelen stelt. Zo blijf je gemotiveerd en zie je jezelf ook vooruitgaan. Dat brengt ons bij ‘lijstjes – kalenders – zoeken – studeren’. Als je een planning maakt die realistisch én concreet is, en dus vooral met kleine stappen werkt, wordt het studeren haalbaarder en aangenamer.

Een voorbeeld:

“Ik ga deze maand wiskunde studeren”

Als je je doelen vaag omschrijft, werkt dat niet motiverend. Het zorgt voor veel onduidelijkheden. Waar en wanneer moet je beginnen? Wanneer ben je klaar? Formuleer voor jezelf stap voor stap een plan van aanpak. Tel bijvoorbeeld eerst de onderwerpen. Bekijk welke je moeilijk vindt, bedenk hoeveel oefeningen je per onderdeel wil maken. Bijvoorbeeld “ik ga eerst dit onderwerp aanpakken en ga daar zoveel oefeningen over maken en ik geef mijzelf daarvoor zoveel dagen”. Daarna kan je over naar het volgende onderwerp.

“Volgende week moet ik biologie perfect kennen”

Zorg er ook voor dat je doelen realistisch en haalbaar zijn. Het is niet mogelijk om een cursus van a tot z te kennen. Door jezelf extreme, onhaalbare doelen te stellen, loop je het risico ontmoedigd te geraken. Vertrek vanuit je huidig niveau en bouw met verschillende tussenstappen op naar je uiteindelijke doel. Bijvoorbeeld: “Vandaag en morgen ga ik biologie nakijken. De stukken die ik nog niet helemaal begrijp, ga ik inplannen om te herhalen”.

Nog enkele tips:
Beginnen én volhouden
  • Daar zit je dan met je lijstjes. Vandaag doe ik zoveel oefeningen! Je legt je gsm weg, je laptop is uit, niemand zal je storen. En toch blijft je blad leeg. Om rustig op gang te komen, kan je eerst even nagaan wat je precies wil doen. Zonder je cursus of boek open te doen, bedenk je wat je nog/al weet over het onderwerp. Sluit het aan bij een ander onderwerp dat je gisteren/vorige week al deed? Wanneer zag je er voor het laatst iets over in de les …? Op die manier ben je al bezig zonder dat je het weet en kan je rustig aan je eerste oefening beginnen.
  • Starten is het moeilijkst. Ga niet eerst je mails of facebook nog snel checken voor je start. Hou dit voor na het studeren.
  • Zorg voor voldoende afwisseling: doe geen twee zware onderwerpen na elkaar. Beloon jezelf met een gemakkelijk stuk fysica, nadat je moeilijke wiskunde-oefeningen maakte.
  • Jezelf belonen helpt zeker ook om vol te houden. Een snoepje, een aflevering van je favoriete serie kijken, een wandeling met de hond ….
  • Je brein kan niet eeuwig geconcentreerd blijven. Als je al even bezig bent, kan het soms efficiënter zijn om een pauze te nemen en je focus even te verleggen. Van zodra je merkt dat je concentratie een tiental minuten weg is, doe dan even iets helemaal anders (iets actiefs! Of lucht je hart even?) en ga pas daarna terug aan je bureau zitten. Je concentratieniveau hangt ook sterk af van hoe goed je eet, slaapt en in je vel zit (zie hieronder).
  • Op verschillende websites zal je terugvinden dat de voorbereiding zo´n 300 uur in beslag kan nemen - meer dan een maand voltijds studeren (aan 8 uur per dag). Dit is uiteraard een richtlijn. Begin op tijd, maak gebruik van het leerstofoverzicht om een goede planning te maken, voorzie voldoende rust én hou rekening met andere activiteiten (school, familie, vrienden, hobby´s).
 Orde
  • In je hoofd (lijstjes en kalenders)
  • Op je bureau: leg alleen het materiaal dat je nodig hebt bij je.
  • Weg van alle afleidingen (gsm, facebook …). Wees eerlijk tegen jezelf, en gebruik je computer niet als het niet echt nodig is.
  • Probeer je zoveel als mogelijk te houden aan de blokken studietijd die je voorzien had. Sla zeker geen maaltijden over. Net als slaap, zorgt ook eten ervoor dat je gefocust blijft.
Rust
  • Op tijd beginnen lijkt een zeer simpele tip, maar dit zorgt wel voor de grootste rust. Maar wat is op tijd? Belangrijkste is dat je binnen de tijd die je hebt alles kunt herhalen/oefenen wat je wil herhalen/oefenen. Lukt niet alles binnen de tijd? Focus je dan op de zaken die jij het belangrijkste vindt; het is beter een aantal zaken goed te doen in plaats van alles maar half en half. Er zijn onderwerpen die altijd aan bod komen op het toelatingsexamen, ten opzichte van andere die bijna nooit aan bod komen. 
  • Bouw voldoende pauzes in! Lichaamsbeweging (wandelen, fietsen, actief sporten) is een van de meest effectieve manieren om je brein even rust te geven. Het zal je helpen om nadien opnieuw aan de slag te kunnen gaan.
  • Voldoende slaap helpt om beter gefocust te kunnen blijven. Ook je geheugen heeft baat bij een goede nachtrust. Slaap helpt om geleerde informatie te verwerken.
  • Laat je supporters, familie en vrienden weten wanneer je studeert. Zo word je niet gestoord op momenten waarop jij aan het werk bent. Hang bijvoorbeeld een kopie van je planning aan de frigo in de keuken.
  • Probeer eens een ontspanningsoefening. Stress heeft een groot effect op ons lichaam. Je hart klopt in je keel, je ademhaling wordt snel en oppervlakkig, je krijgt buikkrampen. Ontspanningsoefeningen kunnen deze signalen van stress mee opvangen. Op het internet vind je heel wat filmpjes en hulpmiddelen die hierbij kunnen helpen. Probeer uit wat voor jou werkt. Sommige oefeningen zullen aangenaam aanvoelen, andere niet. Ontspanning, en zeker ook ontspanningsoefeningen, moet je leren. Door eenmalig een ademhalingsoefening te doen, zal je examenstress niet stoppen. Start op momenten waarop stress nog niet de bovenhand heeft en bouw verder op.
    Een voorbeeld van een eenvoudige app die kan helpen om anders te ademen is MyCalmBeat (gratis voor iOS en Android).
  • Praat erover. Dit hoeft niet met iemand te zijn die ook voor het examen studeert. Belangrijk is dat deze persoon naar je luistert en je kan aanmoedigen.

JE DOET DIT VOOR JEZELF, NIET VOOR IEMAND ANDERS OF VOLGENS HET RITME VAN ANDEREN. 
 
  • Het is normaal om stress te ervaren voor dit examen. Zowel de kippen zonder kop als de koele kikkers vinden deze periode erg spannend. Laat je niet opjagen door anderen, en jaag niemand anders op in jouw plaats.
  • Ga jezelf niet vergelijken met anderen. Iedereen is anders, en iedereen ervaart zijn of haar voorbereiding ook anders. Laat je niet beïnvloeden door wat anderen je vertellen. Kijk vooral naar jezelf en naar wat jij kan doen.
RUST IN JE HOOFD TIJDENS HET EXAMEN ZELF

Voel je tijdens het examen zelf even teveel stress? Dat is normaal en kan gebeuren. Trek hier geen conclusies uit voor de rest van het examen. Geef jezelf even de tijd om tot rust te komen en werk nadien verder:

  • Leg je pen neer
  • Sluit even je ogen
  • Let even op je ademhaling. Probeer je ademhaling te vertragen door mee te tellen met je in- en uitademhaling (check de gratis app MyCalmBeat).
  • Verleg je focus van wat je niet weet naar wat je wel weet (bv. overloop even de inhoudstafel van het boek van wiskunde dat je gestudeerd hebt, denk even aan die oefening van fysica die je gisteren nog opgelost hebt, etc.)
  • Begin daarna met de oefening die je het gemakkelijkst lijkt.
  • De middagpauze is het moment om je batterijen op te laden. Ga rustig in een hoekje zitten, bel even naar je trouwste supporter, kom even tot rust. Probeer de leerstof en het examen even los te laten. Vul je krachten aan door iets te eten en te drinken.
  • Beslis zelf hoe je je middagpauze doorbrengt. Geef aan dat je geen examenvragen wil overlopen of leerstof herhalen. Zonder je eventueel even af, zodat je je kan concentreren op wat helpt voor jou. Steun is goed, maar kies je medepauzenemers tijdens de middag goed. Je wil niet nog meer stress krijgen tijdens het eten door mensen die dwangmatig de “correcte” antwoorden willen overlopen of (nog veel erger) nog wat leerstof willen herhalen.
  • Een (kleine) troost: het examen duurt maximaal 9 uur en de tijd vliegt als je je amuseert!

Hoe bereid je je het best voor?

Het is allemaal een kwestie van

  • Lijstjes
    Wat moet je wel kennen, wat niet? Welke onderwerpen zag je al, welke nog niet? Welke onderwerpen heb je net iets te weinig uitgediept? Waar ben je goed in, waarin niet? Maak ook tijdens het studeren een lijstje van zaken die je moeilijker vindt, die je zeker wil herhalen vlak voor het examen, die je nog moet navragen, waar je nog extra oefeningen wil over maken … Ook een lijstje met de fouten die je veelvuldig maakt, kan handig zijn (afrondingen; plus- en mintekens, eenheden …).
  • Kalenders
    Je hebt nog … dagen, hoeveel wil je studeren, hoeveel kan je studeren, wanneer wil/kan je zeker niet studeren? Voorzie ook tijd voor een dipje (of twee) in je motivatie. Reservedagen zijn daarbij de oplossing.
  • Zoeken
    Zoek naar correcte informatie over het examen zelf, pluis de website van het toelatingsexamen goed uit, zoek naar de leerkracht(en) die je kan/kunnen helpen, zoek naar vragen van olympiades, zoek naar vragen van vorige edities van het toelatingsexamen, zoek naar … de moed om door te zetten?

O ja, en studeren? Studeren is in dit geval vooral een kwestie van oefeningen maken, heel veel oefeningen maken. Zuivere theorievragen komen zelden aan bod MAAR je moet je theorie wel kunnen toepassen in de oefeningen.

Tip: een papieren kalender 

Waar moet je zijn en hoe laat?

Wat breng je niet mee (of juist wel)?

  • Zorg voor een goed ontbijt; eten tijdens het examen mag namelijk niet. Op je bank mag enkel water in een doorzichtig flesje staan.
  • Geen slaapkop – rechtstreeks van Werchter naar het examen trekken is echt geen goed idee.
  • Rekenmachines, linialen en tekendriehoeken zijn verboden.
  • Eigen schrijfgerief is verboden –  je mag dus ook geen fluostiften gebruiken!
  • Correctievloeistof is ook niet toegelaten. Bij fouten op je antwoordblad moet je aan de toezichthouders vragen om deze te verwijderen. 
  • Je krijgt een formularium voor Fysica en Chemie – bekijk dit op voorhand.
  • Een deftig middagmaal; een broodje kopen in de expohal kan stresserend werken.

Hoe verloopt het examen?

Details over het precieze verloop van het toelatingsexamen - nieuwe stijl zijn nog niet bekend. Zodra wij ze kennen, lees je ze hier.

Hoe moet je het examen invullen?

Het examen is een meerkeuzetest met giscorrectie waarbij telkens maar 1 antwoord correct is. Het examen wordt tegen de klok ingevuld. Je vult je antwoorden in op een antwoordenblad en dit blad wordt door de computer ingelezen. Er worden geen punten gegeven voor uitwerkingen, enkel voor het antwoord.

Dit impliceert een aantal zaken:

Meerkeuze-examens houden enkel rekening met je antwoord.

  • Het uitrekenen van het antwoord neemt dus best niet te veel tijd/moeite in beslag.
  • Je rekent best met tientallen en honderdtallen in plaats van met cijfers na de komma; 9,81 m2/s wordt bijvoorbeeld 10 m2/s.
  • Gebruik andere manieren dan louter het uitrekenen van de vraag: stel het probleem visueel voor en vul de antwoorden in de vraag in (werkt vooral bij de vraag “wat is x ?”).
  • Je mag zoveel in het klad kliederen als je wilt, schrijf zo veel mogelijk tussenstappen in je redenering op, zodat je een fout kan zien als je ze zou maken.
  • Schrijf wel net! Je moet het zelf nog kunnen lezen. Fouten met komma´s, breuken en plus- en mintekens leveren de meeste missers op.
  • Schrijf voor jezelf je meest voorkomende fouten bij het uitwerken van oefeningen op een van de bladen (de achterkant van je boekje bijvoorbeeld). Maak je veel fouten bij breuken, logaritmen, tekens …? Met een lijstje bij de hand is het risico op vermijdbare foutjes al wat kleiner.

De verschillende antwoordopties zijn gebaseerd op mogelijke resultaten. De examencommissie houdt rekening met veel voorkomende fouten zoals

  • Rekenfouten
  • Keuzes van foute formules
  • Negeren van details in de opgave
  • Strategieën op vlak van tellen en gokken van antwoordopties, zoals bijvoorbeeld “3 keer A, nu moet het wel B zijn”

Dit betekent ook dat als jouw antwoord tussen de antwoordopties staat, je nog niet zeker bent dat het effectief het juiste antwoord is. Dit kan vrij verlammend werken (“Kan ik dan van niets zeker zijn?”), maar met de volgende tips sta je al een pak verder. Ga daarom voor jezelf goed na of je

  • De juiste formule hebt gebruikt – de vraag goed gelezen hebt
  • Alle gegevens uit de vraag correct hebt overgenomen in je berekening
  • In de berekening zelf geen fouten hebt gemaakt
  • Alle antwoordopties goed gelezen hebt (zie ook “hoe theoretischer – hoe beter je moet lezen”)

Het antwoordenblad wordt door de computer ingelezen

  • Let er goed op dat je niet per ongeluk 2 antwoorden aanstipt.
  • Kleur de bolletjes volgens de instructies in. Dit betekent volledig inkleuren, niet half. Omcirkel de bolletjes zeker niet.
  • Zorg ervoor dat je het juiste antwoord bij de juiste vraag invult, zeker als je vragen overslaat bij het invullen of als er meerdere delen zijn; bijvoorbeeld antwoorden Biologie bij Wiskunde of omgekeerd.
  • Dit heeft ook een voordeel: alle antwoorden worden statistisch geanalyseerd. Zijn er teveel foute antwoorden bij 1 vraag, dan kan deze geschrapt of geneutraliseerd worden (het verschil tussen schrappen en neutraliseren kan je hieronder terugvinden).

Het lezen van de vraag én de antwoordopties is een deel van het antwoord én van de moeilijkheid van het examen

  • Je kan geen vragen stellen tijdens het examen.
  • Neem alle details van de vragen dus goed door.
  • Probeer na te gaan of je de vraag correct begrepen hebt.
  • Duid in de vraag zelf aan WAT er wordt gevraagd (het goede of het foute antwoord).
  • Bij twijfel blijf je niet hangen bij de vraag maar ga je over naar de volgende.
  • Keer pas terug naar de “on(be)grijpbare” vraag als je alle andere vragen behandeld hebt.

Het examen wordt tegen tijd ingevuld

  • Je hoeft je niet aan de volgorde van het boekje te houden.
  • Vul eerst de vragen in over de onderwerpen waar je goed in bent

bv.: eerst genetica van biologie, dan kansrekenen van wiskunde, dan …

  • Ga dan over naar de andere vragen. Vragen waarbij je veel rekenwerk verwacht of waarover je op het eerste gezicht niets weet, sla je even over. Pas als alle andere vragen ingevuld zijn, kan je ernaar teruggaan. Zo verlies je geen tijd bij de aartsmoeilijke vraag 2, terwijl je geen tijd meer hebt voor de laatste vier vragen die misschien wel veel gemakkelijker zijn.
  • Stel voor jezelf een tijdschema op. Wanneer wil je in de helft van de vragen zitten, hoeveel tijd wil je overhouden om je bolletjes in te kleuren, om nog eens te controleren op rekenfouten…?
  • Je mag geen horloge dragen, maar de tijd wordt wel geprojecteerd. Hieruit volgt ook dat je best je bril meeneemt als je die maar zelden draagt. Je weet namelijk nooit hoever je van de schermen af zit.
  • De tijd wordt ook aangekondigd, vooral naar het einde van een deel toe. De aankondiging van “nog 5 minuten” kan voor jou stresserend werken, maar dit kan je ook gewoon zien als een teken dat je echt wel eens je antwoorden definitief moet beginnen kleuren. 

Hoe theoretischer de vraag – hoe beter je ALLE woorden moet lezen.

  • Bij biologie (in mindere mate) en zéker bij de communicatieproef en de stilleestekstproef draait het niet om het oplossen van rekenoefeningen, maar om het GOED lezen van de vraag en het selecteren van het juiste antwoord.
  • Het gaat hier soms om lange vragen (of casussen = situatieschetsen bij de communicatieproef), wat het voor de vragenstellers gemakkelijker maakt om er een strikvraag van te maken.
  • Let vooral op:
    • Kleine woordjes (altijd, soms, af en toe, zelden, optioneel … )
    • (dubbele) negaties
    • Terminologie die je nog niet eerder zag en die sterk op elkaar lijkt.

De communicatieproef is een geval apart

  • Het gaat meestal om situaties in het echte leven. Dit kan een voordeel zijn. Vroeger moest je jezelf inleven in het leven van een arts, wat niet voor iedereen even gemakkelijk is. Maar dit kan ook een nadeel zijn: het gaat niet om wat jij zou doen in deze situatie; het is geen Flairtest die je zegt wat voor persoonlijkheid je hebt; het gaat om wat juist is volgens de communicatieregels (= dimensies) die de commissie vooropstelt. Kijk deze zeker even na op de website van het toelatingsexamen of volg één van onze workshops.
  • Er zijn bijna altijd 2 opties zeer onrealistisch én dus fout. Blijven er nog 2 antwoorden over, wat veel voorkomt bij communicatieproef, dan mag je een gokje wagen.  

Ook de stilleestekstproef vereist een aparte strategie

  • Om je te focussen op de grote hoeveelheid tekst én gefocust te blijven, is het belangrijk dat je zaken aanduidt in je tekst. Dit zal je ook helpen herinneren voor deel 2.
  • Lees eerst de vragen én dan pas de tekst. MAAR lees de tekst NIET enkel om de antwoorden te vinden. De informatie uit de tekst kan je WEL gebruiken om aantekeningen te maken in de kantlijn (hier vind ik een stuk van het antwoord van vraag 2, hier vind ik een term die ook in vraag 4 voorkomt … )
  • Hou rekening met de tijdsdruk bij dit gedeelte. Je kan nooit alles perfect lezen en onthouden, dus kan je maar beter zoveel mogelijk goed lezen in plaats van alles halfslachtig (zie ook giscorrectie).
  • Een volledig overzicht van de tips krijg je in onze workshops. 

Hoe werkt giscorrectie?

De giscorrectie probeert de gevolgen van gissen te corrigeren, zoals het woord zelf aangeeft.

  • Een correct antwoord levert 1 punt op.
  • Geen antwoord levert nul punten op.
  • Een fout antwoord of het aanduiden van meerdere antwoorden bij 1 vraag levert 1/3 punt op.

Dit betekent ook dat gokken niet aan de orde is! Hiermee bedoelen we ‘zuiver gokken’: als je het echt niet weet en alle vier de opties jou even waarschijnlijk lijken. Als je daarentegen wel een idee hebt van het antwoord - je kan al twee opties schrappen want die zijn het echt niet - dan kan je wel een gokje wagen tussen de 2 overgebleven opties.

Als er 4 vragen zijn waarbij je twijfelt tussen 2 alternatieven

Statistisch (50% kans):    
                   

2 juist: +2
2 fout: -2/3                                                                                                                                                                                                                  
=> + 1.33 (ipv 0)

Je zou kunnen tellen van hoeveel antwoorden je zeker bent en van hoeveel niet, uitrekenen hoeveel je score dan zou zijn én dan nog een paar vragen invullen (of juist niet). Dat kan je allemaal doen, maar jammer genoeg heb je daar de tijd niet voor.

Wat doe je dus best NIET als je vragen met giscorrectie oplost:
  • Het zal wel B zijn, het is al 10 vragen lang geen B meer geweest.
  • Antwoord A lijkt het sterkst op alle anderen (uitgezonderd wat kleine woordjes); dus het zal dat wel zijn.
  • Antwoord C past totaal niet in het rijtje DUS het zal C wel zijn.
  • Minder dan de helft van de vragen invullen.

Zoals hierboven al vermeld, houdt de examencommissie rekening met de meest voorkomende fouten, maar ook met de meest voorkomende "antwoordstrategieën”. Al kan je "minder dan de helft van de vragen invullen" nauwelijks een strategie noemen, zelfs niet als je tijd te kort komt!

Herdeliberatie? Wat is dat?

Elk jaar verschijnen berichten in de krant van mensen die na de deliberatie toch nog geslaagd worden verklaard. Dit komt omdat mensen het examen gaan inkijken en de commissie op basis daarvan beslist dat bepaalde vragen geneutraliseerd worden. Neutraliseren van vragen betekent dat de scores herberekend worden van de personen die niet geslaagd zijn. Soms leidt dit ertoe dat er een aantal extra geslaagden zijn.

Tijdens het examen zelf kan het zijn dat er al bepaalde vragen worden geschrapt, omwille van fouten in de opgaven bijvoorbeeld.

Na het examen worden de antwoorden geanalyseerd en wordt via itemanalyse nagegaan of er geen vragen zijn waarbij teveel mensen het foute antwoord aangeduid hebben. Indien dit het geval is (bijvoorbeeld omdat de vraag onduidelijk werd gesteld), dan wordt deze vraag gewoon geschrapt en wordt de totaalscore berekend zonder de geschrapte vraag.

Zie artikel 40 van het werkingsreglement.

Wat als... je niet slaagt?